Nederlands

Korte Biografie Van
Mehmet ÇETİN

Mehmet Çetin werd in 1955 in Dersim (Oost-Turkije) geboren.
Vanaf de beginjaren zeventig begon hij zijn eerste gedichten en verhalen op papier te zetten
en hield zich daarnaast met toneelstukken bezig. Als student werd hij in 1981 wegens zijn politieke activiteiten acht jaar in Turkse gevangenissen vastgezet. Tijdens zijn gevangenschap legde hij zich diepgaander op de dichtkunst toe. Zijn eerste boek “Rüzgar ve Gül Iklimi” (Het Klimaat van wind en Roos) zag in 1988 het licht toen hij nog in de gevangenis vastzat. Een jaar later werd zijn tweede boek “Biragizdan” (Vocaal) onderscheiden met de Enver Gökçe-prijs 1989 en “Asmin” (Veldbloem) voor het beste proza. Çetin is de oprichter en eigenaar van uitgeverij Piya, die sinds 1991 meer dan zeventig boeken heeft uitgegeven op het gebied van kunst, literatuur en poëzie. Zijn gedichten genieten groot aanzien onder jonge musici in Turkije en daarbuiten. Sommige gedichten van zijn hand zijn inmiddels ook in het Engels, Duits en Nederlands vertaald. Zijn gedicht “Mogelijk Gedicht” werd in 1997 onderscheiden met de Dunya- Poëzieprijs.

Çetin schrijft gedichten en verhalen in het Turks en in zijn moedertaal het Kirmanç. Van zijn hand zijn reeds gepubliceerd:

=Rüzgar ve Gül iklimi (1988), Het Klimaat van Wind en Roos.
=Birağızdan (1989), Vocaal.
=Asmin (1990), Veldbloem -Proza).
=Eylül Çiçekleri (1991), Septemberbloemen.

=Hatıradır, Yak bu fotoğrafı (1995), (Steek deze foto maar in brand, het is een herinnering)  

=Askkıran (1997), Liefdesbreker.
=Kekemece (2000), Stotterend.
=Atımı Bağladım İğde Dalına (2006 -proza)

=Puşpera Gelezan /Kirazların Haziranı (2008-poezie) 

=Taşa Hatıra (2009-poezie)

=Suredar ((2009- Kırmancki poezie) 

=Suredar (Kırmancki album-met umut akar-2010)

=Yas Kitabı-Dersim 38'i Yazdılar (proza-2010)

=Süleyman Cihan (Met Ahmet Cihan-2011)


de wind

verjaag mij ui t het gefluit van de gekrenkte wind
jaag mij bij deze liefde bij dit volk vandaan jaag mij
naar de amazone zo je wilt voeg me bij het bos
lijf me in bij het maanvolk o p de verste kust
neem me op in het gekwaak van de waterogige kikker
in het geruis van het regenwoud en voeg me toe
aan een bericht in de krant over moord, dood me

jaag mij het leven in van de sprookjesverteller, verbeeld mij
laat mij groeien door de naar regen geurende aarde
jaag me op naar de seringenkleurige ochtenddauw
maak mij tot slachtoffer van mijn arme broeder
de indiaan wiens pijl uit zijn boog tevoorschijn schiet
vergeet het water in mijn schaduw en laat de vogel slapen
wens lange tochten voor de reiziger van de wind
wens de herfst dat hij niet gekrenkt verbleekt in zomergeel
verjaag mij uit het gefluit van de gekrenkte wind, jaag me weg

verjaag mij uit het gefluit van de gekrenkte wind
jaag me bij deze liefde bij dit volk vandaan, jaag me weg
volg mijn stem hoe gebroken ook
over elk van mijn verbanningen bestaat een lied
jaag mij, bij al het gestotter, naar mijn woord

verjaag me naar mijn gefluit van de gekrenkte wind, jaag me op

uit de bundel "kekemece" [gestotter], rüzgar
(vertaling: sytske sötemann)

een vlieger met gebroken touw


zie je, ik ben het volk van verre reizen:
daarom hecht ik mij aan de landloze wind
beleef ik elke liefde als een laatste brand
en word ik verscheurd door ieder lied over bergen en koerden

zie je, ik leerde de liefde die ik vroeger niet kende:
daarom ging ik met elke zwerm vogels op de vlucht
raasde mijn leven naar de roep om opstand der liefde
en vindt deze schreeuw in elk hart zijn weerklank

zie je, ik haalde de dood allang omver in mijn hart:
daarom is de maan soms in mijn water als de angst toeslaat
heeft het maanlicht de wond van de ster der bergen
en het door aloë vergiftigde lied van een volk gekust

zie je, ze zeiden het vuur brandt wakker het aan:
daarom ging ik op mijn zeventiende al op weg naar de galg
en als 's nachts het bloed uit de bergen in mijn dromen stroomt
dan brandt het vuur smelt de sneeuw in de zon bloeit het sneeuwklokje

zie je, mijn leven is de dolk van een verre reis:
vandaar verspreidt de cyaankalie zich als liefde in mijn mond
stokt tijdens het sterven deze schadelijke bloem in mijn keel
daarom is voortaan mijn leven een vlieger met gebroken touw

voortaan is mijn leven daarom een vlieger met gebroken touw 

februari 1996

uit de bundel "hartenbreker"(vertaling: sytske sötemann)
 

rukiyana

is het bloed dat op je voorhoofd valt terwijl de roos verwelkt
toen de opstandeling bloedde in burgeroorlogen
kon je er niet aan wennen
het perzische leed de afghaanse geschiedenis in de gevangenis
geworpen in de droge cysterne ben jij die gevangene

jouw wateren, naar de rand van je hart
de polsslag de roep van de golf, die omslaat
die oproept: rukiyana
als je je glimlach ophangt aan het ochtendgloren van de rode ruïne
wordt mijn hand onmachtig en kan ik jouw schreeuw niet beschrijven

als je brandt en het klimaat wordt van de vluchtende lente
gedurende gitaarloze dagen na de burgeroorlog
in spanje
gedichtloze lorca'loze nachten... waren het dagen
was het je land dat het gezicht van dolores weerstond

hoeveel tirannen laat het onderdrukte gezucht van je stem
overmeesteren
en dat je de loop vindt van dat hart
zodat je niet zonder land blijft verbleekt jouw glimlach
nooit als een roos het bloedige lijk van de meisjes

als je als poëzie vermoord wordt en als dersim op weg gaat
de straat op, hoe schudt je dan dit bloed af
rukiyana
terwijl de dood zich wast en wreekt op het koraalstrand
schiet jij me te binnen tijdens mijn hongerstakingen

ik zeg het niet moedertje "je zonen zijn dood" ik kan het niet zeggen
misschien een foto van mij die verbleekt door de dood maar
rukiyana
als het branden van poëzie in jouw naam mijn asvorming is, kijk dan
terwijl de roos verwelkt valt er aldoor bloed op mijn voorhoofd

 

(vertaling: sytske sötemann)

Uit de bundel: rüzgar ve gül iklimi [het klimaat van wind en rozen]


lied over een fresia in de regen

ik kom van zover als waar men zonder land is
met een als liefde te late muziek van de nacht
van verre sferen

was het daar dat zij naar de geur van de zon trok
één fresia maar: van verre kenden we elkaar
was het plotseling of wat later: een enkeling van ons
verwelkte en stond te sterven
was het nursel wie weet wat haar naam was

die wordt vergeten
toen zij stierf, vormde zich een vlinder in haar hart
had de berg verdriet van een gebroken tak
haar stem die zich vermengde met het geraas van de rivier
wordt als zelfmoord barre eenzaamheid

als op dat ogenblik een fresia verwelkte
ben ik eenzaam: je bent eenzaam als de maan
de mens, hoe hij nog niet stierf: wordt vergeten

er ontstaat een verre muziek van de nacht
het te late lied van de vergetene: zo gebeurt het
ieder lied wordt heus vergeten
maar als het regent en als die zon
opgaat is er altijd iemand die zegt "hier ben ik"
tegen het hart van een van ons: tegen haar dood
voldoet vergeten niet

vergeten voldoet niet
van dat lied over een fresia die sterft in de regen

(vertaling: sytske sötemann)
Uit de bundel: hatıradır yak bu fotoğrafı [het is herinnering verbrand deze foto]



de roos in het hart van de herfst

de vergeten nacht aan de kant van de weg
de vergeten maan: tule aan de olijfboom

ik keerde terug van de wegen waar ik langskwam
passeerde vermagerd de nacht die ik noemde van laurier
maar niet van liefde: zijn schaduw was van zijde
en terwijl het nog mogelijk was waste hij zich weer
in de rivier in het stromen dat niet-

mogelijk is: men beleeft dezelfde liefde niet, nog eens

de vergeten bekentenis aan de kant van de weg
het vergeten woord: as in de naakte lettergreep

terwijl hij zijn paard voortdrijft op weg naar het herfsthart
was het de wind die de tak van de liefde brak zegt
de vogel die in elke wond zijn vleugel vergeet

wacht treurige herfst: wacht op mijn verbranding
de winter is immers voorbij die berg steen lente gingen voorbij
ook de zomer gaat voorbij zegt hij en verbrandt de laatste wateren
hij zal terugkeren wacht herfst op mijn as

terugkerend van de wegen waar ik langskwam broodmager
uit de droom in die nauwe straat van het leven
verdedigt hij zich zolang hij zonder paniek en trots
een chrysant vindt herinnerde ik mij plotseling in de deur
die naar de herfst geopend wordt en was wat ik zei: uit de nacht komend

keerde ik van de wegen waar ik vermagerd langskwam:

het vergeten leven aan de kant van de weg
de vergeten liefde: de roos in het hart van de herfst

 

(vertaling: sytske sötemann)
Uit de bundel: kekemece [gestotter]


hij was mijn enig kind, mijn hart

een droeve geschiedenis is tussen ons gekomen

onder de gebroken tak van een rozenboom
verkoopt hij nu gebroken violen

hij was mijn hart

strek ze uit alsof u een geheimloze spiegel aanraakt
strek uw vingers verder uit meneer

kijk: dit hier was een gastenkamer
hij was open: soms hebben er bezoekers overnacht
er is hier mensen pijn gedaan bij het liefhebben: buig en kijk

ik had het over mijn hart meneer, dat een villa was
het was nog slechts een ruïne maar in dit voortgaande avontuur
zijn mijn voeten bloedend daarvandaan gekomen meneer
zelfs als het regende zag hij geen vocht meer
ik kon hem niet van me afschudden meneer:

hij was mijn hart

hij had geen moed meer, hij was een onverholen angsthaas
maar soms hebben we gesproken als een held
het was echter mijn hart dat bang was: van zichzelf
hij vluchtte: hij was een leugen van halfvergane jeugd
hij is zonder twijfel erg gewond geraakt
hij was mijn enig kind, mijn hart, we hebben ons vergist meneer

hij was mijn enig kind, mijn hart:
hij was noch knap meer, noch piepjong
voortdurend begaf hij zich in liefdesverhalen
het was jouw verhaal: een ijdele man die over lijken gaat
onverschillig ook soms: een nietsontziende schorpioen
hij nam zijn bed op zijn schouder en spreidde het uit op elke schreeuw

hij was mijn hart

gebroken violen verkoopt hij nu
onder de gebroken tak van een merenboom

het was mijn hart dat op uw feesten aan de muzikanten aangeboden werd
in zijn vorig leven zal hij vast geen arm lied geweest zijn
warm was hij: hij paste als jazz bij ieder vuur
maar toen zijn lied in de eenzaamheid van liefde en bedrogen worden
als as gerekend werd en meegevoerd met elke wind
en bloedend op de bergen niet gehoord werd
toen zweeg hij meneer, en paste bij zichzelf: hij was mijn hart

hij was mijn hart, hij paste bij zijn eigen vuur
hij was mijn hart, gebroken violen verkoopt hij nu
aan de meest gevoelige plaatsen van liedjes over gescheiden zijn

hij was mijn enig kind, mijn hart, we hebben ons vergist meneer

(vertaling: Maarten Korpershoek)



een mogelijk gedicht

misschien ben ik de wind in onmin met zijn gefluit
zwijgend op een gezonken vrachtschip in de baltische zee
waar ik nu een ruisende en lange eenzaamheid ben
en een vluchteling vergeten in andere talen
word mogelijk een stotterend kind

dan ben ik misschien de slaap in onmin met de nacht
de binnenplaatsen vol van de scherpe geur van galgen
sluipt de staat als een nachtmerrie mijn dromen binnen
om niemand door te laten behalve het geluid van water en maan
word ik mogelijk een nauwe straat

of ben ik misschien een dolk in onmin met zijn schede
ik beproefde hem met vuur en venijn en utopie
nu mijn leven een worm is, verdeeld in veertig stukken
begrijp ik dat istanbul mijn zijn dag niet binnen laat
mogelijk word ik een gracht in amsterdam

dan ben ik misschien een rivier in onmin met haar bedding
ik stroom naar mezelf, voor elk van jullie vissen
in mijn mond draag ik de schreeuwen van de vermisten
en als eerste blad dat valt van jullie tak
zal ik schrijven wat jullie niet willen horen

mogelijk ben ik een vloek zo meteen

(Vertaling: Cees Priem)


ik ben triest

zij waren het die vogels die mijn lied stalen
het meenamen mij bedrogen mijn hart riepen
naar hun tak. als bergbewoners raakte ik in hun val
gefluister zwijgt nog voor het schreeuw wordt: triest

ik ben triest: mijn leugen paste niet beschermde me niet
omdat ik midden in mijn moord ben blijven steken
ik ben triest omdat het bloed aan mij kleeft
omdat ik niet weg kon gaan en niet mee kon nemen

omdat ik je naam in een servet prevelde misschien
omdat er zelfs geen dag was dat ik mijn arm kon opheffen
omdat ik niet kon dansen en mijn tong niet roeren kon

ik ben triest omdat ik je tot last ben
je dit keer te vroeg voor het ontbijt heb gewekt

ongelukkkig zijn de mannen van balkons zonder bloemen

(Vertaling: Cees Priem)



klimaat van wind en rozen

nee, zeg vooral niet we hebben het niet gezien, niet gehoord, niet geweten
het zou gelogen zijn, de krantenkoppendagen van dood
waren van ons allemaal
en de wind
de wind die dood zaaide over ons land, as en bloed
zagen jullie niet hoe ik stierf, hoe ik moederziel alleen begraven werd
zoek mij, de gevangenispoort is jullie niet onbekend
maak onze harten geen graf ontdaan van zijn bloederige lijk

zij die halverwege de nacht werden meegevoerd
met de loop van een geweer in de nek
waren ze niet uit jullie straat, uit jullie stad
hoorden jullie het niet, het geluid van al het bloed,
alle doden van jullie land
het zou gelogen zijn
zeg vooral niet we hebben het niet gezien, niet gehoord, niet geweten

terwijl dit land van de ene hoek tot de andere september was dood en wind
het was ook jullie dood niet leven
als ze niet stroomt is ze zonder macht de rivier, zonder geschiedenis het leven
houdt iemand die het niet ziet, niet spreekt, niet denkt van het leven

jullie waren het, ik beschuldig niet en vraag alleen maar
cihan zijn hersens over straat, hoe stierf deze jongen
waarom streek in al die jaren geen vlinder op jullie haren
het is niet aan mij om te beschuldigen alleen wil ik weten,
vertel eens, laat horen, leg eens uit
hoe “een partizaan wordt gered net als hij zal worden neergeschoten”

er komt een dag dat de wind verandert dat mijn land een rozenklimaat wordt
haar eigenaars, rozenharten die geschiedenis schrijven, komen uit de bergen

(Vertaling: Cees Priem)


noodlot

wacht daar onwrikbaar als de bergen, vader
in je leven van herfstdagen en zomerregen
onstelpbare tranen van heimwee wenend
land dat jou schandvlekt verschroeit tot as
hoedt men je niet huil dan om mijn noodlot

wacht daar onwrikbaar als de bergen, vader
wacht op je stam aan het verlaten meer van dersim
wacht op je berg, je vlakte, je weide, je knechtschap
en vergeet je heilige niet in de bergen van munzir
niets zul je horen huilend om mijn noodlot

wacht daar onwrikbaar als de bergen, vader
wacht daar als een zaailing hoog in de bergen
wacht daar als de vogels in het bos, als het meer
van munzir, als het graf van je grootvader
buig niet zucht niet om mijn tragisch noodlot

wacht daar onwrikbaar als de bergen, vader

 

november 1995
(vertaling: müslüm polat
redactie: sytske sötemann i.s.m. nesan erdoğan)

 

Yorum ekle


Güvenlik kodu
Yenile